Blog: Inzichten over Kunst, Filosofie & Verbeeldingskracht

Ontdek de wereld achter Studio Boronski. Lees over de artistieke mindset, tips voor verzamelaars én hoe je verbeeldingskracht traint in het Image Lab.

Alle blogs

Lees de publicaties van Studio Boronski over verbeeldingskracht, beeldarmoede, projecten en de Artist Mindset.

De Kracht van Verbeeldingskracht – Leren van kunst – niet over kunst

De kracht van verbeeldingskracht in kunst

Verbeeldingskracht is geen luxe, maar een fundamenteel menselijk vermogen.
In de kunst speelt ze een centrale rol: ze helpt ons zien wat er nog niet is, verbanden leggen en betekenis scheppen.

Bij Studio Boronski draait alles om dit principe: we leren niet over kunst, maar van kunst.

Kunst is een oefenplaats. Elk schilderij, project of film biedt geen pasklaar antwoord, maar nodigt uit tot interpretatie. Precies dat open veld van mogelijkheden activeert de verbeelding van de toeschouwer.

In een tijd waarin we alles willen meten – waar bomen data zijn en algoritmes onze blik sturen – raakt de verbeelding onder druk. We worden overspoeld door kant-en-klare beelden en verhalen die herhalen wat we al kennen.
Juíst nu hebben we verbeeldingskracht harder nodig dan ooit. Ze houdt ons menselijk, kritisch en ontvankelijk voor het nieuwe.

“Wie zijn verbeelding verliest, ziet alleen wat er al is.

Wie zijn verbeelding cultiveert, ontdekt wat er nog kan zijn.”

Willem Boronski

Waarom verbeeldingskracht telt Zonder verbeelding: stilstand en zero-sum denken

Eeuwenlang werd de wereld ervaren als onveranderlijk: armoede, oorlog, ongelijkheid – het hoorde er nu eenmaal bij.

In zo’n gesloten systeem wint de één wat de ander verliest; er komt niets nieuws bij.

Zonder verbeelding is er alleen herhaling.

Verbeelding breekt de nul-som open.
Ze maakt van herhaling geschiedenis, en van geschiedenis toekomst.

Met verbeelding: empathie, innovatie en toekomstgerichtheid

Dankzij de gedeelde verbeelding van verhalen en mythen konden mensen samenwerken, regels maken en samenlevingen bouwen.

Zoals Martha Nussbaum stelt: verbeelding is ook een ethisch vermogen – ze maakt empathie mogelijk.

Ruha Benjamin voegt daaraan toe:

“We must imagine as if our lives depend on it. Because they do.”

Organisaties zonder verbeelding: geen visie

Wanneer alles draait om data en korte-termijn-KPI’s, verdwijnt visie.
Bedrijven raken gevangen in optimalisatie van het bestaande.

Verbeelding is de motor van heruitvinding – zonder haar verliest elke organisatie haar vermogen tot betekenisvolle strategie.

De urgentie vandaag

  • Democratieën wankelen onder nepnieuws en manipulatie.

  • Organisaties worstelen met transitie.

  • Individuen verliezen richting en zingeving.

Verbeeldingskracht is de sleutel tot veerkracht en vernieuwing.

Filosofische & theoretische basis

Door de eeuwen heen dachten filosofen na over de rol van verbeelding:

  • Plato: imitatie van de werkelijkheid

  • Spinoza: basale kennisvorm, essentieel voor ervaring

  • Hume: associatief vermogen dat ideeën verbindt

  • Kant: noodzakelijke schakel tussen waarneming en verstand

  • Nietzsche: verbeelding als kracht tot zelfschepping

  • Sartre: basis van vrijheid en verantwoordelijkheid

  • Arendt: fundament van empathie en publieke dialoog

  • Nussbaum: verbeelding als ethisch vermogen

  • Ruha Benjamin: wapen tegen systeemdenken en onrecht

Rode draad: verbeeldingskracht is een voorwaarde voor ervaring, vrijheid, empathie, ethiek en maatschappelijke vernieuwing.

In onze tijd krijgt dit een nieuwe relevantie: verbeelding stelt ons in staat om anders te leren, samen te werken en samen te leven.

Verbeelding, creativiteit & schoonheid Het brein als laboratorium van mogelijkheid

De neurowetenschap bevestigt wat kunstenaars al wisten:
verbeelding is een basale hersenfunctie.

Wanneer we dagdromen of reflecteren, is het Default Mode Network actief — een netwerk dat herinnering, verbeelding en toekomstverwachting verbindt.
Daar ontstaat wat we creativiteit noemen: de overgang van idee naar handeling.

  • Verbeelding genereert de mogelijkheid — “Wat als …”

  • Creativiteit maakt haar concreet — “Hoe dan …”

Ons brein fungeert als intern atelier waarin het bestaande wordt losgelaten om ruimte te maken voor het mogelijke.

Schoonheid als resonantie van betekenis

Wanneer we iets als mooi ervaren, worden hersengebieden actief die ook betrokken zijn bij emotie en empathie.
Schoonheid is de harmonie tussen verwachting en ontdekking — herkenning met verrassing.
Ze is de neurologische echo van verbeelding: het moment waarop vorm betekenis terugkaatst naar maker en kijker.

De keten van transformatie:

Verbeeldingskracht → Creativiteit → Schoonheid
(mogelijkheid → verwerkelijking → resonantie)

“Verbeeldingskracht opent de deur,
creativiteit gaat erdoorheen,
en schoonheid kijkt terug.” — Willem Boronski

 

Van Plato tot vandaag

Van Plato’s argwaan tot Nussbaums empathie: het begrip verbeeldingskracht evolueerde van imitatie tot motor van humane ontwikkeling.

In een tijd van beeldarmoede in overvloed, waarin algoritmes onze blik bepalen, is verbeelding belangrijker dan ooit.
Zonder haar verliest democratie haar vermogen om een gemeenschappelijke toekomst te verbeelden.

Verbeeldingskracht en democratie

  • Hannah Arendt: zonder verbeelding geen gesprek, zonder gesprek geen democratie.

  • Martha Nussbaum: burgerschap vraagt meer dan kennis — het vraagt empathie, gevoed door verbeelding.

Verbeelding is niet alleen cultureel, maar politiek vitaal.

Lees verder: platos-allegorie-van-de-grot-een-schilderij-van-schijn-en-werkelijkheid

Kunst die verbeeldingskracht stimuleert

Kunst is geen illustratie van ideeën, maar bron van verbeelding.
Een schilderij of installatie is nooit af: het ontstaat in de ontmoeting met de kijker.

“Just as a quantum particle only exists in relation to the observer,
images only exist in relation to imagination.” — Willem Boronski

Leren van kunst betekent niet praten over kunst, maar ervaren, voelen en betekenis creëren.
Die dialoog traint empathie en opent het perspectief van de ander.

Ontdek meer: Kunst die verbeeldingskracht stimuleert

Verbeeldingskracht in de tijd van AI

We leven in een tijd van beeldarmoede in overvloed.
AI produceert eindeloze stromen beelden, maar zelden nieuwe inzichten.

De AI-paradox

  1. We gebruiken AI in een cultuur van snelheid en productie.

  2. Creativiteit vraagt juist tijd, twijfel en frictie.

AI kan ondersteunen — maar alleen wanneer de mens als regisseur van betekenis centraal blijft.
Kunst en verbeelding zijn de tegengift tegen algoritmische herhaling.

Lees de hele blog

Gebrek aan Verbeeldingskracht? Waarom uw merk aan ‘Beeldarmoede’ lijdt.

U heeft de strategie op orde. De spreadsheets zijn sluitend en de kwartaalcijfers vertellen een verhaal van groei. Maar wanneer u de website van de organisatie bekijkt of door de strategische presentaties bladert, voelt u een knagende leegte. Het ‘klopt’ wel, maar het raakt niet. U kijkt naar een herhaling van wat u al kent. Welkom in de wereld van Beeldarmoede (Visual Poverty).

De “Comfort Trap”: Waarom AI in branding leidt tot beeldarmoede.

In de huidige zakelijke wereld, gedreven door data en algoritmes, zijn we collectief in een ‘Logica-lock’ terechtgekomen. De opkomst van Generatieve AI heeft dit proces onbedoeld versneld. Hoewel AI-tools ons razendsnel van beelden voorzien, schuilt er een gevaar in deze efficiëntie: AI baseert zich per definitie op wat al bestaat. Het produceert het ‘gemiddelde van het gemiddelde’.

Dit jaagt Beeldarmoede aan. We worden overspoeld met visueel gepolijste content die weliswaar ‘mooi’ is, maar de bezieling mist. Het resultaat is een paradox: we hebben meer beeld dan ooit, maar minder werkelijke verbeeldingskracht. We zitten vast in de “comfort trap” van de herkenning, waarbij organisaties kiezen voor wat veilig en voorspelbaar is, simpelweg

Beeldarmoede als resultaat van een gebrek aan verbeeldingskracht

Beeldarmoede is niet simpelweg een esthetisch gebrek; het is de fysieke manifestatie van een fundamenteel gebrek aan verbeeldingskracht (Poverty of Imagination). Wanneer de verbeeldingskracht binnen de muren van een organisatie stagneert, stopt men met het stellen van de ‘wat als’-vragen die leiden tot echte innovatie.

Zonder actieve verbeelding vervalt een merk in visuele inteelt. Men kopieert onbewust de categorie-standaarden, waardoor de werkelijke essentie van de organisatie verdampt. Een merk zonder verbeeldingskracht kan niet transformeren; het kan alleen maar optimaliseren wat er al is, totdat het onzichtbaar wordt.

Motiveren is niet hetzelfde als Inspireren

Vaak wordt gedacht dat de snelle, herkenbare beelden op een website mensen in beweging zetten. Een gelikt, generiek beeld kan mensen inderdaad kortstondig opzwepen; het kan ze even de nodige energie geven. Maar die energie is vluchtig omdat ze gebaseerd is op een oppervlakkige, bekende prikkel.

Werkelijke verandering begint bij Inspiratie: het aanzetten tot een nieuwe gedachte en een nieuwe strategie.

  • Inspiratie vraagt om de moed om het gebrek aan verbeeldingskracht actief te doorbreken.

  • Het vraagt om een beeld dat niet reageert op een algoritme, maar op de unieke visie van de organisatie.

  • Pas als een team werkelijk geïnspireerd is door een krachtig en kunstzinnig beeld, vinden zij de innerlijke kracht om zichzelf duurzaam te motiveren.

De “Sea of Sameness” doorbreken

Beeldarmoede zorgt ervoor dat merken inwisselbaar worden. Experts spreken in dit kader vaak over de ‘Sea of Sameness’: de visuele eenheidsworst die ontstaat wanneer merken hun verbeeldingskracht verliezen. In een wereld van AI-gedreven content is echte verbeeldingskracht uw grootste strategische voordeel.

Echte differentiatie ontstaat pas wanneer u stopt met het kopiëren van categorie-standaarden en weer durft te vertrouwen op de autonome kracht van verbeelding om uw merk meer lading te geven.

Verbeeldingskracht en de Artist Mindset

De weg uit de beeldarmoede loopt via de Artist Mindset: leren kijken en creëren met de onbevangen blik van een kunstenaar, los van wat de data voorschrijft. Door het gebrek aan verbeeldingskracht om te buigen naar een strategie van visuele rijkdom, krijgt het merk zijn ziel terug.

Het doel is de creatie van Visual Anchors: fysieke objecten of krachtige beelden die de verbeelding prikkelen en uw unieke strategie dagelijks voelbaar maken in het DNA van uw bedrijf. Stop met de herhaling en de AI-gemiddelden. Geef uw organisatie de verbeeldingskracht terug die het nodig heeft om echt te leiden.

ONTDEK THE IMAGE LAB

link naar image lab

Lees de hele blog

Unit 1 Artist in Residence

PROJECT: Doorn · Painter on the Road

Momenteel werk ik vanuit “Unit 1”, de gymzaal van een voormalige basisschool in Doorn. In deze tijdelijke studio werk ik tot 1 juli 2026 aan mijn project: Drift – Painter on the Road.

Het project

The Ladder, The Road en The Leap

Painter on the Road is een doorlopende serie van Willem Boronski, opgebouwd uit elf stations verdeeld over drie aktes: The Ladder, The Road en The Leap. Het project onderzoekt wat er overblijft wanneer de mens de verticale ambitie loslaat en de horizontale beweging van het bestaan zelf binnentreedt. De leidende gedachte is eenvoudig: every step is a universe.

De residency: Unit #1

Willem Boronski werkt tot 1 juli 2026 vanuit Unit 1, een voormalige gymzaal van een basisschool in Doorn. De ruimte fungeert als tijdelijke studio en als plek waar het publiek het werk in wording kan ontmoeten. Hier ontstaan de schilderijen, schetsen en notities die samen het project vormen.

Werkproces, schetsen op de vloer of werk-in-wording

Van Gogh – The Painter on the Road to Tarascon, 1888

Het startpunt: een verdwenen meesterwerk

Het project vindt zijn oorsprong in een verloren schilderij. In 1945 verdween Vincent van Goghs The Painter on the Road to Tarascon in de chaos van de oorlog. Voor het laatst gezien in een zoutmijn bij Maagdenburg, mogelijk vergaan in een brand, mogelijk geroofd en sindsdien verborgen. Het bewijs ontbreekt.

Wat overblijft is wat Francis Bacon een fantoom noemde: een beeld dat zijn fysieke drager verloor maar bleef rondwaren in de cultuur. Het schilderij zelf werd een reiziger, losgezongen van zijn plek, ergens tussen bestaan en niet-bestaan.

Van ladder naar weg

Painter on the Road bouwt voort op een eerdere fascinatie. In het werk dat aan dit project voorafging stond de ladder centraal als beeld van de Verticale Drift, ofwel de menselijke neiging om te klimmen, te bouwen, hogerop te willen komen. Een ladder is echter een statisch instrument. Wat blijft er over wanneer het klimmen ophoudt?

Het antwoord ligt in de Horizontale Drift: de berusting in de reis zelf, het dwalen door het landschap, de tijd die verstrijkt. De figuur van Van Gogh op de weg naar Tarascon werd hier het scharnierpunt. Niet de aankomst, maar de beweging tussen vertrek en bestemming vormt het werkelijke onderwerp.

Werk uit de serie The Ladder

Het proces: tijd als materiaal

In zijn schilderijen zoekt Willem Boronski niet naar het vastleggen van een moment, maar naar het openbreken van een ervaring. De werken bestaan uit lagen verf, houtskool, papier en kalk die in elkaar grijpen tot beeldwerelden waarin tijd voelbaar wordt. Waar het oorspronkelijke schilderij uit 1888 één moment bevroor, geeft dit project de tijd terug aan de figuur, zodat de stilte in het beeld zich kan ontvouwen tot een reis zonder einde.

From the ladder to the road. Eleven stations.

Verdieping en bezoek

Het verloren meesterwerk

Een uitgebreid achtergrondverhaal over The Painter on the Road to Tarascon en de transformatie van as naar fantoom. Lees het blog.

Online expositie

De vierde online expositie rond Painter on the Road verschijnt voorafgaand aan de presentatie van september 2026. Bezoek.

Blijf op de hoogte

In september 2026 komen de stations voor het eerst samen in een fysieke presentatie. De nieuwsbrief houdt geïnteresseerden op de hoogte van de aanloop en het programma. Inschrijven nieuwsbrief.

Bezoek de studio

Unit 1 is op afspraak te bezoeken. De setup van het atelier, de schetsen op de vloer en de werken in wording zijn van dichtbij te zien. Neem contact op.

Lees de hele blog

AI twijfelt niet, dus is twijfelen uw werk geworden

Ik leg regelmatig een gedachte voor aan een taalmodel en krijg iets terug wat klopt. Sluitend, netjes, niets op aan te merken. Dat eerste antwoord is gevaarlijker dan een fout antwoord, want een fout antwoord ziet u meteen. Wat ik hieronder beschrijf, gebeurde pas bij de vijfde vraag.

Ik werkte aan station tien van Painter on the Road, het project dat ik in september afrond. Het ging over de dialoog met de kijker: wat er gebeurt tussen het werk en degene die ervoor staat, en of ik daar als maker eigenlijk nog iets over te zeggen heb.

Ik legde die gedachte voor aan een model. Wat ik terugkreeg klopte. Het vatte samen wat ik had gezegd, het ordende het netjes, en er zat niets in wat ik nog niet wist. Ik had het daarbij kunnen laten. In plaats daarvan bleef ik doorvragen, niet omdat ik een richting had, maar omdat het te glad lag.

Ergens rond de vijfde of zesde vraag kwam de naam van Hannah Arendt bovendrijven, en met haar het idee dat handelen te maken heeft met loslaten. Dat sloot precies aan op waar ik mee zat, en ik had er zelf niet op kunnen komen.

Het inzicht kwam niet uit het eerste antwoord. Het kwam uit het feit dat ik het eerste antwoord niet aannam.

Wat er gebeurt als u het eerste antwoord niet neemt

Een model komt nooit in de toestand die u kent van een lastig besluit. Het heeft geen seconde waarin het even niets is. Waar u blijft hangen, rekent het door en levert het het meest waarschijnlijke vervolg op alles wat er al bestond. Dat is geen gebrek. Dat is precies wat het moet doen.

Het gevolg is wel iets waar u rekening mee moet houden. Het eerste antwoord is een gemiddelde van wat er al gezegd is, netjes geformuleerd. Wie daar zijn strategie op bouwt, bouwt op de consensus van gisteren en herkent hem niet als zodanig, omdat hij er nieuw uitziet.

Twijfel is geen storing in het denken maar de toestand waarin een alternatief kan ontstaan. Zij houdt de zaak even open. Zolang u niet weet wat het antwoord is, kunnen er meerdere antwoorden bestaan, en pas in die ruimte kan er eentje bij komen die er nog niet was. De vijfde vraag bestaat alleen als u de eerste niet gelooft.

Handelen is loslaten wat u niet in de hand hebt

De stelling luidt:

AI is geen bedreiging maar een spiegel.

Een spiegel liegt niet. Zij laat zien wat er staat. Dat een model uw sector zo overtuigend kan samenvatten, betekent dat uw sector samen te vatten is. Dat is de onprettige boodschap, en het is geen boodschap over de machine.

Hannah Arendt schreef in The Human Condition (1958) dat handelen zich fundamenteel onderscheidt van maken. Wie iets maakt, houdt het resultaat in de hand. Wie handelt, zet iets in beweging in een web van andere mensen en verliest daarmee de controle over de afloop. Arendt gaat verder: de betekenis van een handeling wordt niet bepaald door degene die handelt, maar achteraf onthuld door wie haar navertelt.

Voor het atelier is dat een harde uitspraak. Ik maak het werk, maar wat het betekent, gebeurt bij de kijker en zonder mij. Dat is precies wat ik zocht bij station tien en niet kon benoemen. Loslaten is geen bescheidenheid. Het is de erkenning dat de betekenis ergens anders ontstaat dan waar zij gemaakt wordt.

Voor uw organisatie geldt hetzelfde. U kunt een strategie fabriceren en volledig in de hand houden, en dan blijft het een document. Zodra u ermee handelt, gaat zij de wereld in en bepaalt u niet meer wat zij betekent. Dat is geen risico dat u kunt wegnemen. Dat is de prijs van het feit dat er iets gebeurt.

Wat er maandag verandert

Twee afspraken, en geen van beide gaat over uw AI-beleid.

De eerste. Neem het eerste antwoord niet aan. Spreek af dat in elke sessie waarin een model is gebruikt, iemand de opdracht heeft om drie vragen verder te gaan. Niet om het antwoord te weerleggen, alleen om te kijken wat er na de derde vraag nog komt. Die rol rouleert en staat los van functie of niveau.

De tweede. Schrap de zin "het model stelt voor" uit uw besluitvorming. Niet omdat het gereedschap verdacht is, maar omdat die formulering het auteurschap wegneemt bij degene die het besluit neemt. Wie iets voorstelt, staat ervoor. Een model staat nergens voor.

U zult merken dat het eerst niets oplevert. De aangewezen persoon stelt drie vragen die niets nieuws opleveren en iedereen kijkt op zijn horloge. Houd het toch vol. Wat er na een week of zes gebeurt is dat mensen leren waar het interessante zit, namelijk voorbij het punt waar het gesprek normaal ophoudt.

Onderzoek van Hao-Ping Lee en collega's onder 319 kenniswerkers, gepresenteerd op de CHI-conferentie in 2025, sluit hierop aan: hoe hoger het vertrouwen in het model, hoe minder eigen denkwerk mensen rapporteerden, terwijl hoger vertrouwen in het eigen kunnen juist samenging met meer denkwerk. De machine neemt niets af. Mensen geven het weg, en ze doen dat naarmate ze het model meer vertrouwen dan zichzelf.

Dat is geen technologisch probleem. Dat is de vraag wie u aan tafel het laatste woord geeft.

Wie het eerste antwoord aanneemt, houdt de controle en levert de betekenis in.

Bronnen

Hannah Arendt, The Human Condition (1958).

Hao-Ping Lee, Advait Sarkar, Lev Tankelevitch, Ian Drosos, Sean Rintel, Richard Banks en Nicholas Wilson, The Impact of Generative AI on Critical Thinking: Self-Reported Reductions in Cognitive Effort and Confidence Effects From a Survey of Knowledge Workers, CHI '25 (2025).

Dit essay komt voort uit het aankomende boek over verbeeldingskracht. Wie de reeks wil volgen, kan zich aanmelden voor de nieuwsbrief.

Lees de hele blog

U vraagt om creativiteit terwijl u verbeeldingskracht mist

Als een organisatie vastloopt, wordt er om creativiteit gevraagd. Er komt een bureau, een sessie, een muur vol post-its. Bijna niemand vraagt eerst waar het precies aan schort: aan het maken, of aan het bedenken. Dat zijn twee verschillende problemen en ze vragen om verschillende dingen.

Voordat ik aan een doek begin, verzamel ik. Ik lees me in, ik raak verbaasd over iets, soms geergerd. Er bouwt zich spanning op en er ontstaan beelden in mijn hoofd.

En dan, op het moment dat ik begin, laat ik die beelden los.

Dat klinkt onhandig. Het is het enige wat werkt. Zodra ik schilder wat ik al voor me zag, maak ik een illustratie van mijn eigen idee. Keurig uitgevoerd en dood. Ik heb dat vaak genoeg gedaan om het aan de eerste laag te herkennen.

Dus zet ik een streep en kijk ik wat die streep voorstelt. Ik voeg een kleur toe en die kleur nodigt iets uit wat ik niet had bedacht. Daar ga ik achteraan. Wat er dan ontstaat is niet het beeld uit mijn hoofd, en het is ook geen toeval. Het is het beeld dat alleen kon ontstaan doordat ik het eerste beeld liet gaan.

Twee problemen die op elkaar lijken

Verbeeldingskracht is het vermogen om een mogelijkheid te zien, creativiteit is het vermogen om haar te maken.

Daar horen twee verschillende problemen bij, en het loont om ze uit elkaar te houden.

Een creatieprobleem is dit: u weet wat u wilt en u krijgt het niet gemaakt. De uitvoering hapert, het middel klopt niet, de vorm wil niet komen. Dat is een echt probleem en er zijn goede mensen die u eruit helpen.

Een verbeeldingsprobleem is iets anders: u weet niet wat u zou willen dat er bestond. Er ligt geen mogelijkheid op tafel. Alles wat wordt genoemd, is een variant op wat u al doet.

Deze twee worden voortdurend verwisseld, en dat is geen taalkwestie. Wie een verbeeldingsprobleem behandelt als een creatieprobleem, huurt vormgevers in voor iets wat nog niet bedacht is. Zij doen keurig hun werk en leveren een mooiere versie van uw aannames.

Verbeeldingskracht opent. Zij haalt u weg bij wat er nu voor u ligt en laat u een toestand voorstellen die niet uit de gegevens volgt. Randy Buckner, Jessica Andrews-Hanna en Daniel Schacter beschreven in 2008 het netwerk in de hersenen dat actief wordt zodra we niet op de buitenwereld gericht zijn, en dat betrokken is bij herinneren, dwalen en het voorstellen van toekomstige situaties. Wat wij dagdromen noemen, is de plek waar het mogelijke wordt gebouwd.

Creativiteit geeft vorm. Anthony Brandt en David Eagleman beschreven dat proces in The Runaway Species (2017) als het buigen, breken en mengen van wat er al bestaat. Dat is geen diskwalificatie. Vrijwel al het gemaakte werk komt zo tot stand. Maar let op wat er staat: creativiteit werkt met bestaand materiaal. Zij is uitstekend in variatie en machteloos zonder iets om mee te beginnen.

Waarom het een het ander niet kan vervangen

De stelling luidt:

Verbeeldingskracht is geen soft skill.

Zij is geen aardigheid naast het maken maar de voorwaarde ervoor.

Jean-Paul Sartre beschreef in L'Imaginaire (1940) wat er gebeurt als u zich iets voorstelt. U stelt iets als afwezig, als niet-bestaand. Verbeelden is dus een vorm van ontkennen: u moet het bestaande even opzij kunnen zetten om iets te denken dat er niet is. Voor Sartre was dat het bewijs van vrijheid, want alleen wie het gegeven kan ontkennen, zit er niet aan vast.

Dat is precies wat ik aan het doek doe als ik het beeld uit mijn hoofd laat gaan. Ik ontken mijn eigen eerste idee, en dat is niet uit koketterie. Zolang ik dat idee vasthoud, kan er niets komen wat ik niet al wist.

En hier moet ik mijn eigen schema bijstellen, want het is verleidelijk om te denken dat verbeelding vooraf gaat en creativiteit daarna komt. Zo werkt het niet. In het atelier gebeuren ze door elkaar heen. Ik zet een streep, dat is maken, en die streep roept iets op wat ik niet had voorzien, dat is verbeelden. Het materiaal praat terug. Verbeeldingskracht is dus geen fase aan het begin maar een vermogen dat het hele proces open houdt.

Zet dat naast een organisatie die volledig op optimaliseren is ingericht. Zij is buitengewoon goed in het verbeteren van wat er is, en er is nergens een moment waarop het bestaande even ontkend mag worden. Zij kan alles maken en niets voorstellen. Omdat zij haar probleem herkent als een gebrek aan vernieuwing, koopt zij creativiteit in. Dat is precies het enige wat niet helpt.

Wat er maandag verandert

Stel bij elk vernieuwingstraject eerst een vraag, voordat er iemand aan het werk gaat. Wat zou er kunnen bestaan dat we nu niet hebben, en dat niet gewoon een betere versie is van wat we al doen?

Blijft het stil, dan hebt u geen creatieprobleem maar een verbeeldingsprobleem. Er valt op dat moment niets te maken, want er is nog niets bedacht. Elke sessie en elk bureau is dan weggegooid geld. Ga terug naar de vraag zelf en geef mensen tijd om te dwalen, wat de meest ondergewaardeerde werkvorm in het bedrijfsleven is.

Komt er wel iets, hoe onaf ook, dan hebt u een creatieprobleem en heeft het inhuren van makers zin.

Dit onderscheid verklaart ook iets wat op dit moment veel mensen verwart. Een taalmodel buigt, breekt en mengt uitstekend, sneller dan enig team. Dat is echte creativiteit in de zin die Brandt en Eagleman beschrijven, en daarom voelt het zo overtuigend. Wat het model niet doet, is het bestaande ontkennen om iets te stellen dat er niet is. Het rekent met wat er is. Daarom komt er iets uit dat klopt en dat u al kende.

Wie creativiteit inkoopt voor een verbeeldingsprobleem, betaalt om zijn eigen aannames mooier te laten maken.

Bronnen

Jean-Paul Sartre, L'Imaginaire: Psychologie phenomenologique de l'imagination (1940).

Anthony Brandt en David Eagleman, The Runaway Species: How Human Creativity Remakes the World (2017).

Randy L. Buckner, Jessica R. Andrews-Hanna en Daniel L. Schacter, The Brain's Default Network: Anatomy, Function, and Relevance to Disease, Annals of the New York Academy of Sciences 1124 (2008).

Dit essay komt voort uit het aankomende boek over verbeeldingskracht. Wie de reeks wil volgen, kan zich aanmelden voor de nieuwsbrief.

Lees de hele blog

Stop met brainstormen. Uw team heeft een verbeeldingssessie nodig.

Een brainstorm van een uur levert meestal veertig ideeen op en geen enkele vraag. Dat is geen gebrek aan talent aan tafel. Het is de vorm zelf: hij is gebouwd om snel te leveren, en snelheid is precies wat u hier tegenwerkt.

Op een expositie staat er iemand voor een doek en begint te praten. Meestal begint het met een aarzeling, mag ik iets vragen, en daarna volgt wat diegene ziet.

Ik luister daar altijd naar, en niet uit beleefdheid. Vrijwel elke keer noemt iemand iets wat ik zelf niet had gezien. Een verband tussen twee vlakken, een figuur in wat ik als achtergrond had bedoeld, een betekenis die er voor mij niet in zat en er daarna wel in zit.

Dan gebeurt er iets in het gesprek. Ik reageer op wat die persoon opmerkt, die persoon reageert op mijn reactie, en een paar minuten later staan we allebei naar iets te kijken wat geen van ons tweeen alleen had gezien. Het werk praat mee.

Ik heb dat nooit als vergadertechniek beschouwd. Toch is het precies wat een goede sessie zou moeten doen, en wat vrijwel geen enkele sessie doet.

Wat er in een brainstorm werkelijk gebeurt

Een brainstorm begint bijna altijd met een vraag die al vaststaat. Hoe krijgen we meer aanmeldingen, hoe verkorten we de doorlooptijd, hoe maken we het team wendbaarder. Iedereen gaat aan het werk, en dat werk bestaat uit het produceren van antwoorden op iets wat niemand meer onderzoekt.

Daar zit de fout. Niet in de deelnemers, in de opdracht.

Zodra u mensen om oplossingen vraagt, schakelt hun aandacht naar buiten en naar het bekende. Dat is efficient en het levert varianten op wat er al is. Randy Buckner, Jessica Andrews-Hanna en Daniel Schacter beschreven in 2008 het netwerk dat juist actief wordt wanneer die taakgerichte aandacht wegvalt, en dat betrokken is bij herinneren, dwalen en het voorstellen van toekomstige situaties. Wat wij dagdromen noemen, is de plek waar het mogelijke wordt gebouwd. Een sessie die geen enkel moment van dwalen toestaat, sluit die plek af en vraagt vervolgens om iets nieuws.

Een verbeeldingssessie is een bijeenkomst waarin de vraag zelf ter discussie staat en de oplossing nog niet mag komen. Dat is het hele verschil. Niet een vriendelijker brainstorm, niet betere post-its. Een andere opdracht.

De verhouding die daarbij hoort is bekend, al klopt de naam eronder meestal niet. In een vakartikel uit 1966 wordt een naamloze hoogleraar in Yale geciteerd die zei dat hij van een uur om een probleem op te lossen tweederde zou besteden aan het bepalen wat het probleem eigenlijk is. Die uitspraak wordt tegenwoordig vrijwel altijd aan Einstein toegeschreven, en daar is geen enkel bewijs voor. De verhouding blijft bruikbaar. De naam eronder gaat eraf.

Waar het woord horizon vandaan komt

De stelling luidt:

Patroondenken tegenover sprongdenken.

Een brainstorm is patroondenken in groepsverband. Iedereen brengt zijn eigen ervaring in en de groep zoekt naar wat die ervaringen gemeenschappelijk hebben. Dat wordt de veiligste optie en die wordt gekozen.

Hans-Georg Gadamer beschreef in Wahrheit und Methode (1960) iets heel anders, en hij noemde het versmelting van horizonnen. Ieder mens kijkt vanuit een eigen horizon, gevormd door zijn geschiedenis, en die horizon is geen gevangenis maar een positie die kan verschuiven. In een werkelijk gesprek verschuiven twee horizonnen naar elkaar toe en ontstaat er een derde, die van geen van beiden was.

Dat is wat er voor dat doek gebeurt. Niet dat de bezoeker mijn bedoeling raadt en niet dat ik zijn interpretatie overneem. Er komt iets bij dat er voor het gesprek niet was, en het hoort nu bij het werk.

Een brainstorm zoekt de doorsnede van wat mensen al vinden. Een verbeeldingssessie zoekt de plek waar hun horizonnen elkaar raken en iets opleveren. Het verschil is te horen. In het eerste geval zegt iemand: dat vind ik ook. In het tweede geval zegt iemand: daar had ik niet aan gedacht.

Daarvoor is een ding nodig dat in vrijwel elke vergadercultuur ontbreekt, en dat is het uitstellen van het oordeel. Niet uit beleefdheid, maar omdat een oordeel de horizon vastzet op de plek waar hij al stond.

Wat er maandag verandert

Plan een sessie van twee uur en verbied het eerste uur elke oplossing. Niet als spelregel op een flap, maar als opdracht van degene die de sessie leidt. In dat eerste uur wordt alleen de vraag onderzocht: waar hebben we het eigenlijk over, waarom denken we dat dit het probleem is, en wat zou er waar moeten zijn als het iets anders is.

Zet in dat eerste uur de schermen uit. Geen laptops, geen telefoons, geen taalmodel. Niet omdat die dingen slecht zijn, maar omdat ze allemaal hetzelfde doen: ze leveren een antwoord voordat de vraag af is. Werk met papier, met een wand, met materiaal dat traag genoeg is om u te laten aarzelen.

Leg er ook iets neer om samen naar te kijken. Dat hoeft geen schilderij te zijn. Een foto, een object, een tekst van buiten uw vak. Twee mensen die naar hetzelfde ding kijken en hardop zeggen wat zij zien, komen sneller bij elkaars horizon dan twee mensen die naar elkaar kijken en om de beurt hun mening geven.

En laat stiltes vallen. Een groep die twintig seconden niets zegt, is niet vastgelopen. Dat is het geluid van mensen die iets aan het formuleren zijn wat ze nog niet af hebben. Wie die stilte opvult, haalt precies weg waar u voor betaalt.

U merkt binnen twee sessies of het werkt, en niet aan het aantal ideeen. Het signaal is dat iemand aan het eind een andere vraag stelt dan waarmee de sessie begon.

Een groep die alleen antwoorden mag geven, komt nooit verder dan de vraag die iemand anders heeft bedacht.

Bronnen

Hans-Georg Gadamer, Wahrheit und Methode (1960).

Randy L. Buckner, Jessica R. Andrews-Hanna en Daniel L. Schacter, The Brain's Default Network: Anatomy, Function, and Relevance to Disease, Annals of the New York Academy of Sciences 1124 (2008).

Quote Investigator, Quote Origin: I Would Spend 55 Minutes Defining the Problem and then Five Minutes Solving It (2014), dat de uitspraak terugvoert op een vakartikel uit 1966.

Dit essay komt voort uit het aankomende boek over verbeeldingskracht. Wie de reeks wil volgen, kan zich aanmelden voor de nieuwsbrief.

Lees de hele blog

IF YOU WANT TO GO FAST, GO ALONE.
IF YOU WANT TO GO FAR, GO TOGETHER.
— african proverb
Connect to create the right inside
NEEM CONTACT OP