U vraagt om creativiteit terwijl u verbeeldingskracht mist

Als een organisatie vastloopt, wordt er om creativiteit gevraagd. Er komt een bureau, een sessie, een muur vol post-its. Bijna niemand vraagt eerst waar het precies aan schort: aan het maken, of aan het bedenken. Dat zijn twee verschillende problemen en ze vragen om verschillende dingen.
Voordat ik aan een doek begin, verzamel ik. Ik lees me in, ik raak verbaasd over iets, soms geergerd. Er bouwt zich spanning op en er ontstaan beelden in mijn hoofd.
En dan, op het moment dat ik begin, laat ik die beelden los.
Dat klinkt onhandig. Het is het enige wat werkt. Zodra ik schilder wat ik al voor me zag, maak ik een illustratie van mijn eigen idee. Keurig uitgevoerd en dood. Ik heb dat vaak genoeg gedaan om het aan de eerste laag te herkennen.
Dus zet ik een streep en kijk ik wat die streep voorstelt. Ik voeg een kleur toe en die kleur nodigt iets uit wat ik niet had bedacht. Daar ga ik achteraan. Wat er dan ontstaat is niet het beeld uit mijn hoofd, en het is ook geen toeval. Het is het beeld dat alleen kon ontstaan doordat ik het eerste beeld liet gaan.

Twee problemen die op elkaar lijken
Verbeeldingskracht is het vermogen om een mogelijkheid te zien, creativiteit is het vermogen om haar te maken.
Daar horen twee verschillende problemen bij, en het loont om ze uit elkaar te houden.
Een creatieprobleem is dit: u weet wat u wilt en u krijgt het niet gemaakt. De uitvoering hapert, het middel klopt niet, de vorm wil niet komen. Dat is een echt probleem en er zijn goede mensen die u eruit helpen.
Een verbeeldingsprobleem is iets anders: u weet niet wat u zou willen dat er bestond. Er ligt geen mogelijkheid op tafel. Alles wat wordt genoemd, is een variant op wat u al doet.
Deze twee worden voortdurend verwisseld, en dat is geen taalkwestie. Wie een verbeeldingsprobleem behandelt als een creatieprobleem, huurt vormgevers in voor iets wat nog niet bedacht is. Zij doen keurig hun werk en leveren een mooiere versie van uw aannames.
Verbeeldingskracht opent. Zij haalt u weg bij wat er nu voor u ligt en laat u een toestand voorstellen die niet uit de gegevens volgt. Randy Buckner, Jessica Andrews-Hanna en Daniel Schacter beschreven in 2008 het netwerk in de hersenen dat actief wordt zodra we niet op de buitenwereld gericht zijn, en dat betrokken is bij herinneren, dwalen en het voorstellen van toekomstige situaties. Wat wij dagdromen noemen, is de plek waar het mogelijke wordt gebouwd.
Creativiteit geeft vorm. Anthony Brandt en David Eagleman beschreven dat proces in The Runaway Species (2017) als het buigen, breken en mengen van wat er al bestaat. Dat is geen diskwalificatie. Vrijwel al het gemaakte werk komt zo tot stand. Maar let op wat er staat: creativiteit werkt met bestaand materiaal. Zij is uitstekend in variatie en machteloos zonder iets om mee te beginnen.

Waarom het een het ander niet kan vervangen
De stelling luidt:
Verbeeldingskracht is geen soft skill.
Zij is geen aardigheid naast het maken maar de voorwaarde ervoor.
Jean-Paul Sartre beschreef in L'Imaginaire (1940) wat er gebeurt als u zich iets voorstelt. U stelt iets als afwezig, als niet-bestaand. Verbeelden is dus een vorm van ontkennen: u moet het bestaande even opzij kunnen zetten om iets te denken dat er niet is. Voor Sartre was dat het bewijs van vrijheid, want alleen wie het gegeven kan ontkennen, zit er niet aan vast.
Dat is precies wat ik aan het doek doe als ik het beeld uit mijn hoofd laat gaan. Ik ontken mijn eigen eerste idee, en dat is niet uit koketterie. Zolang ik dat idee vasthoud, kan er niets komen wat ik niet al wist.
En hier moet ik mijn eigen schema bijstellen, want het is verleidelijk om te denken dat verbeelding vooraf gaat en creativiteit daarna komt. Zo werkt het niet. In het atelier gebeuren ze door elkaar heen. Ik zet een streep, dat is maken, en die streep roept iets op wat ik niet had voorzien, dat is verbeelden. Het materiaal praat terug. Verbeeldingskracht is dus geen fase aan het begin maar een vermogen dat het hele proces open houdt.
Zet dat naast een organisatie die volledig op optimaliseren is ingericht. Zij is buitengewoon goed in het verbeteren van wat er is, en er is nergens een moment waarop het bestaande even ontkend mag worden. Zij kan alles maken en niets voorstellen. Omdat zij haar probleem herkent als een gebrek aan vernieuwing, koopt zij creativiteit in. Dat is precies het enige wat niet helpt.

Wat er maandag verandert
Stel bij elk vernieuwingstraject eerst een vraag, voordat er iemand aan het werk gaat. Wat zou er kunnen bestaan dat we nu niet hebben, en dat niet gewoon een betere versie is van wat we al doen?
Blijft het stil, dan hebt u geen creatieprobleem maar een verbeeldingsprobleem. Er valt op dat moment niets te maken, want er is nog niets bedacht. Elke sessie en elk bureau is dan weggegooid geld. Ga terug naar de vraag zelf en geef mensen tijd om te dwalen, wat de meest ondergewaardeerde werkvorm in het bedrijfsleven is.
Komt er wel iets, hoe onaf ook, dan hebt u een creatieprobleem en heeft het inhuren van makers zin.
Dit onderscheid verklaart ook iets wat op dit moment veel mensen verwart. Een taalmodel buigt, breekt en mengt uitstekend, sneller dan enig team. Dat is echte creativiteit in de zin die Brandt en Eagleman beschrijven, en daarom voelt het zo overtuigend. Wat het model niet doet, is het bestaande ontkennen om iets te stellen dat er niet is. Het rekent met wat er is. Daarom komt er iets uit dat klopt en dat u al kende.
Wie creativiteit inkoopt voor een verbeeldingsprobleem, betaalt om zijn eigen aannames mooier te laten maken.
Bronnen
Jean-Paul Sartre, L'Imaginaire: Psychologie phenomenologique de l'imagination (1940).
Anthony Brandt en David Eagleman, The Runaway Species: How Human Creativity Remakes the World (2017).
Randy L. Buckner, Jessica R. Andrews-Hanna en Daniel L. Schacter, The Brain's Default Network: Anatomy, Function, and Relevance to Disease, Annals of the New York Academy of Sciences 1124 (2008).
Dit essay komt voort uit het aankomende boek over verbeeldingskracht. Wie de reeks wil volgen, kan zich aanmelden voor de nieuwsbrief.
TERUG NAAR BLOGS
